Werkgelegenheid

De banencrisis wordt het wel genoemd: een langdurige, structurele werkloosheid. In een dit jaar gepresenteerd rapport is het precies waar de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voor waarschuwt. De creatie van banen zal significant achterlopen op elk herstel van de productie, voorspelt de OESO.

De werkloosheid in de dertig geïndustrialiseerde lidstaten van de OESO is in de afgelopen maanden gestegen tot 8,3 procent van de beroepsbevolking. Dit is het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog.

De OESO verwacht dat de werkloosheid in de tweede helft van volgend jaar oploopt tot meer dan 10 procent. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft de financiële crisis wereldwijd 25 miljoen mensen van haar baan beroofd.

Hiermee dreigt het gevaar van een vicieuze cirkel. De sociale en economische kosten van hoge werkloosheid zijn hoog, terwijl de meeste industriële landen zich diep in de schulden hebben gestoken om de financiële sector te redden.

Voor Nederland voorspelt het Centraal Planbureau (CPB) in 2010 een werkloosheid van 615.000 mensen, wat neerkomt op acht procent. Dat is onder het Europees gemiddelde. Minder gunstig is het feit dat de grootste toename in werkloosheid plaatsvindt onder jongeren.

Om een banencrisis te voorkomen, moeten overheden een actiever arbeidsmarktbeleid voeren. Reïntegratietrajecten hebben zich hierbij een goed middel bewezen. Bedrijven die tijdelijk last hebben van de economische crisis moeten toch proberen zoveel mogelijk personeel vast te houden.

Op iets langere termijn geldt een omgekeerde banencrisis. Door de vergrijzing ontstaat het risico op personeeltekorten.